Het meest bekend is auteursrecht als een vergoeding voor een artistiek creatieve prestatie. Zoals bij fotografen en schrijvers (voornamelijk van boeken). Maar de laatste jaren is het auteursrecht uitgebreid. Omdat auteursrechten fiscaal-vriendelijk door de fiscus bekeken wordt, vinden ook andere groepen dat ze voor auteursrecht in aanmerking komen. Hoe zit dat precies?
Werknemers met een functie waarin creativiteit centraal staat en waarvan het werk auteursrechtelijk beschermd is, kunnen al geruime tijd onder bepaalde voorwaarden genieten van een sociaalrechtelijk en fiscaal gunstige behandeling voor een deel van hun inkomen wanneer zij hun rechten overdragen of in licentie geven aan hun werkgever.
Omdat er in het verleden nogal avontuurlijk omgesprongen werd met auteursrecht, heeft de Belgische belastingadministratie haar beoordeling van ‘auteursrecht’ strenger gemaakt. Zo werden softwareontwikkelaars en programmeurs gebannen uit het systeem omdat – volgens de fiscus – hun werk onvoldoende creativiteit zou vereisen.
De Programmawet (30 mei 2026) definieert ‘auteursrechten’ door te verwijzen naar het Wetboek van Economisch Recht, waardoor het toepassingsgebied beperkt blijkt en zijn computerprogramma’s (bijvoorbeeld) uitgesloten. Sedert 1 januari 2026 worden inkomsten uit auteursrechten als roerend inkomen beschouwd en niet langer als beroepsinkomen op volgende voorwaarden:
Als aan deze voorwaarden voldaan wordt zijn de inkomsten uit auteursrechten vrijgesteld van sociale zekerheidsbedragen. Voor inkomsten betaald vanaf 10 juni 2026 geldt een roerende voorheffing van 15% op het netto inkomen na aftrek van de kosten. Voor inkomsten betaald vóór 10 juni 2026 moet de belastingplichtige deze opnemen in de aangifte personenbelasting tegen eveneens een tarief van 15%.