De voorbije maanden heeft de politiek – die zegt hoe wij het moeten doen – weinig voorbeelden gegeven van opbouwende samenwerking. Alles duurt veel te lang voor er een beslissing genomen wordt. Hoe komt dit?
Ik herinner mij ooit een opmerking van toenmalig Groen-minister Mieke Vogels, die zich ook ergerde aan de trein der traagheid waarop de politiek zat. Zij hekelde deze manier van doen met de uitspraak: veel blabla, maar weinig boemboem. Er is ondertussen nog niet veel veranderd. Hoe zou dat toch komen?
Ooit was ik hoofdredacteur van het magazine JET, dat eigendom was van drie persgroepen: Het Belang van Limburg, Sparta en Antwerpse Post. De CEO van Het Belang van Limburg (Jan Baert) was de bedenker van JET-magazine en waakte over de correcte uitvoering van de doelstellingen. Hij was een minzaam en ijdel man die moeilijk tot een beslissing kwam. Toen ik aandrong op het nemen van een beslissing, antwoordde hij mij: ‘Mijnheer Michiels, niet beslissen is ook een beslissing;’
Dat kon ik natuurlijk niet tegenspreken. Hij had een politicus kunnen zijn.
Hoe komt het toch dat zeer veel mensen niet de eigenschap hebben om daadkrachtig op te treden. Ik heb het antwoord gevonden in een uitspraak van een auteur uit Ivoorkust. Hij balde de besluiteloosheid van onze maatschappij als volgt samen:
Quand la vie devient facile,
L’homme devient paresseux.
Letterlijk vertaald : als het leven gemakkellijk wordt, dan wordt de mens lui.
Zou het kunnen dat het mensen die geacht worden beslissingen te nemen (voor ons en voor zichzelf) te goed gaat? Waarom zouden ze zich haasten als de hoge nood bij hen persoonlijk niet aanwezig is?