Mensen die met taal bezig zijn storen zich aan het veelvuldig gebruik van Engels en Frans in onze Nederlandse taal. En ze melden mij dat ook opdat ik er aandacht zou aan besteden. Maar het loopt niet altijd zoals men het wil.
Twee personen ontmoeten elkaar op straat nadat ze elkaar geruime tijd niet meer gezien hebben. De volgende dialoog ontstaat:
Het toont aan hoe we soms slordig met onze taal omspringen. Buitenlandse invloeden hebben in het verleden onze taal aanzienlijk verrijkt en dat toont zich vooral in onze dialecten.
De Antwerpse taal is daar een goed voorbeeld van. Omdat Antwerpen een haven heeft, heeft Antwerpen altijd de meeste bezetters op bezoek gekregen. En daar houden we vele ‘nieuwe’ woorden aan over zoals pagadder, (pagador), ambras (embarras), brossen (brosser), curieus (curieux), trottinet (trottinette), sakosj (sacoche), sjael (shawl), sjaloes (jealous), ASAP (zo vlug mogelijk), lunch (middagmaal) , live (rechtstreeks) enz.
Kunnen we de invloed van het Engels tegenhouden als in vele bedrijven die internationaal werken de voertaal Engels is? Is de invloed van andere talen in het Nederlands armoede of rijkdom?