Jobat gaf onlangs een duidelijk beeld over wat we moeten weten over artikel 60, een instrument om leefloontrekkenden naar duurzaam werk te begeleiden. Door een combinatie van werkervaring, begeleiding en samenwerking met lokale partners zoals werkgevers, sociale organisaties en VDAB, wordt de kans vergroot dat deelnemers na afloop een reguliere, zelfstandige baan vinden.
Iedereen die een leefloon ontvangt moet aantonen dat hij of zij werkbereid is. Dat betekent dat je al het mogelijke doet om je kansen op een duurzame job te verhogen. Tenzij dat tijdelijk niet kan om gezondheids- of billijkheidsredenen. Hoe gaat dat precies? Dit is van tel voor zowel jobkandidaten als voor werkgevers.
Een combinatie van werk en leefloon is doorgaans niet de eerste keuze van de betrokken instanties, tenzij er redenen zijn waardoor iemand slechts deeltijds kan werken. Bij de steden en gemeenten geven ze aan dat ze streven naar duurzame jobs zodat de mensen niet meer afhankelijk hoeven te zijn van een leefloon.
Bij een arbeidsovereenkomst artikel 60 is het OCMW de juridische werkgever. Er wordt samengewerkt met een werkplek waar de werkzoekende dan effectief aan de slag gaat. Die werkplek kan zowel een bedrijf als een sociale organisatie als een overheid zijn. Sinds 2026 duurt een artikel 60-traject doorgaans één jaar met voltijdse inzet