De ondernemingsrechtbank van Antwerpen heeft op 2 juni 2026 beslist dat banken hun benadeelde klanten (inzake internetoplichting) onmiddellijk moet terugbetalen.
De commentaar hierbij van minister van Consumentenbescherming Rob Beenders was duidelijk: ‘De kortgedingrechter stelt terecht dat de banken de regels toepassen op een manier die in strijd is met zowel de nationale als de EU-wetgeving.’ Met andere woorden: de banken moeten hun benadeelde klanten onmiddellijk het bedrag (van oplichting) vergoeden.
Als de banken van mening zijn dat hun klanten zware nalatigheden begaan hebben, moeten ze dat nadien bewijzen en als dat bewezen kan worden (en door de rechtbank ook aanvaard wordt) kunnen zij het bedrag terugvorderen van hun klanten.
Het is onbegrijpelijk dat de banken een uitspraak van de ondernemingsrechtbank nodig heeft om hun (wettelijke) verantwoordelijkheid op te nemen. Er is geen enkel bedrijf dat haar klanten zo slordig en oneerlijk behandelt dan sommige overheidsbedrijven (die geen concurrentie hebben) en de banken.
Ooit heeft iemand de werkwijze van de banken als volgt omschreven: zij geven u een paraplu en zodra het regent vragen ze hem terug. Het blijkt nog altijd van toepassing te zijn.